| Uit de krant | |||||
|
Wijk - Muiden, 70 km Peddelen met de kano van Wijk naar MuidenUtrechts Nieuwsblad, zaterdag 16 juli
Door Joëlle Poortvliet Kanoën van Wijk bij Duurstede naar Muiden. Dat is een flinke afstand. Om tussendoor de benen te kunnen strekken, plaatst de provincie Utrecht dertien steigers in De Vecht. En zie daar: een heuse kanoroute is geboren. Het kanorouteproject borduurt voort op het Restauratieplan Vecht. Dit plan pleit onder andere voor milieuvriendelijke oevers aan de rivier, met riet en laagwater. Dat is leuk voor de natuurliefhebher. maar lastig voor onder andere kanoërs. Om varende recreanten tegemoet te komen is in het plan ook geld voor de aanleg vann nieuwe steigers. En van die mogelijkheid hebben de provincie en verschillende kanobonden gebruik gemaakt. De route beslaat bijna dertig kilometer Kromme Rijn en veertig kilometer Vecht. Het deel Kromme Rijn is al aardig 'kanoklaar', daar moeten hoogstens nog wat aanlegplaatsen vernieuwd of nagekeken worden. De Vecht daarentegen heeft nog niet zoveel kanosteigers. Om fatsoenlijk te kunnen aanleggen moet een kano aanmeerplaats ongeveer vijftien centimeter boven waterniveau staan en een meter of zes lang zijn. Een aantal wordt geschikt gemaakt voor mensen die slecht ter been zijn. Gedacht wordt aan smallere spleten tussen de planken, zodat eventuele krukken er niet doorheen steken, en een goede toegankelijkheid van de steigers zelf. Enthousiast De Nederlandse Kanobond (NKB) is enthousiast over de Wijk bij Duurstede Muiden route. Volgens Herman van Huis van de NKB, biedt de provincie Utrecht al veel mogelijkheden op kanogebied. Met de Loosdrechtseplassen, Vinkeveense plassen en Krommerijn als belangrijkste trekpleisters. Zelf peddelt hij ook wel eens op de Vecht. Voor een geoefende kanoër is het niet moeilijk om overal in en uit de kano te komen. Bovendien kan hij langere afstanden achter elkaar aan. Dit in tegenstelling tot een beginneling. Die heeft het na een uurtje of twee kanoën meestal wel gezien. In beginners tempo legt hij of zij dan zo'n drie kilometer af. Dat is ook ongeveer de afstand die tussen enkele van de steigers wordt aangehouden. Ook wordt met de plaatsing van steigers rekening gehouden met eet-, of slaapgelegenheid aan wal. Het kanorouteplan staat nog in de steigers. Een aantal gemeenten moet nog vergunningen verlenen. Ook de financiering is nog niet helemaal rond. Verwacht wordt dat er dit najaar gebouwd en verbouwd gaat worden. De route zal dan volgend kanoseizoen klaar zijn voor publiek. Langbroekerwetering, 21 km Willekeurig een Vierkante Kilometer De provincie Utrecht is 1536 vierkante kilometer groot. Lourens Vellinga gaf zijn computer opdracht willekeurig 53 vierkante kilometervakken te kiezen. Hij gaf zich voor elke week een wandeling of tocht te maken langs éen van die kilometervakken, rond te kijken en te beschrijven wat hij tegenkwam. Varen over de LangbroekerweteringIn het kielzog van de oude kersenschippersUtrechts Nieuwsblad, vrijdag 15 juli Op veel plaatsen is de Langbroekerwetering maar een onooglijk slootje. Ten oosten van Langbroek is zij hooguit enkele meters breed. De vaart is op veel plaatsen zo smal dat veel bewoners het zich probleemloos kunnen permitteren er voor hun huis een bruggetje overheen te bouwen. In vroeger tijden was het belang van de vaart veel groter dan nu.In 1126 werd de Langbroekerwetering gegraven, slechts enkele jaren nadat de Kromme Rijn in 1122 op last van bisschop Godebald van Utrecht was afgedamd. Godebald wilde de drassige gebieden ten zuidoosten van Utrecht ontginnen en kon de omvangrijke en onregelmatige toevloed van het water door de Kromme Rijn niet gebruiken. Hij liet bij Wijk bij Duurstede een dam in de Kromme Rijn (voorheen dé Rijn) leggen en sindsdien stroomt het meeste water door de Lek naar het westen. Dit ingrijpen verklaart ook de naamsverandering van Nederrijn in Lek bij Wijk bij Duurstede. Om de drassige gebieden te ontginnen werden op regelmatige afstanden weteringen gegraven om het water uit de ontginningsgebieden af te voeren. Tussen de weteringen werden lange smalle kavels aangelegd die kenmerkend zijn voor het landschap ten zuiden van Utrecht. De Langbroekerwetering waterde van oost naar west af en loosde bij Odijk op de Kromme Rijn. Dat verklaart ook waarom de wetering naar het westen toe breder wordt.
Voor het scheepvaartverkeer vanuit Wijk bij Duurstede en de tussenliggende dorpen Cothen, Werkhoven, Odijk, Bunnik en Vechten was de Kromme Rijn de belangrijkste verbinding met Utrecht. De vaartijd was relatief lang omdat er een paar behoorlijke meanders in de Kromme Rijn zaten. Na het afdammen van de Kromme Rijn werd het varen naar Utrecht lastiger doordat de rivier veel minder diep werd. Om de vaarroute naar Utrecht te bekorten werd in 1635 de Cothergrift gegraven, die de Kromme Rijn bij Cothen en de Langbroekerwetering bij Nederlangbroek met elkaar verbond. Schippers vanuit Wijk bij Duurstede en Cothen konden zo de veel kortere route over de Langbroekerwetering naar Utrecht nemen. De bewoners van Werkhoven waren hier natuurlijk niet blij mee: dehoeveelheid water die door de Kromme Rijn stroomde werd minder nu een deel van het water door de Langbroekerwetering werd omgeleid. Er voeren nogal wat schippers over de Kromme Rijn. Er werd van alles van en naar Utrecht getransporteerd: kersen, graan, veemelk, steenkolen, metselstenen, vuilnis, et cetera. Ook werd er veel hout getransporteerd, vaak bijeengebonden als vlotten. Jaarlijks maakten ettelijke duizenden schepen gebruik van de Kromme Rijn. Cothergrift en Langbroekerwetering. Erg groot waren de schepen niet. De maximale maten van de schuiten waren reglementair vastgelegd. De diepgang mocht niet groter zijn dan 75 centimeter. Een grotere diepgang konden de Kromme Rijn, Cothergrift en Langbroekerwetering niet aan.Bovendien moesten de schepen veelal door mensen worden getrokken over jaagpaden op de oevers: Op de meeste stukken konden geen paarden worden gebruikt: het jaagpad was te smal en dook onder tientallen bruggetjes door. Over de vele zijvaarten waren vaak eenvoudige vlonders gelegd.
Rond 1870 was de Kromme Rijn van Wijk bij Duurstede tot Odijk grotendeels gekanaliseerd. Een aantal grote meanders was doorgesneden en de vaartijd over de Kromme Rijn naar Utrecht nam zozeer af dat de aantrekkelijkheid van het varen overde Langbroekerwetering minder werd. Het transport over de Langbroekerwetering bleef sindsdien beperkt tot lokaal scheepvaartverkeer. Halverwege de dertiger jaren van de vorige eeuw was de rol van zowel de Kromme Rijn als de Langbroekerwetering als transportader bijna geheel uitgespeeld. De vrachtauto nam het transport over. Het gebied rondom de Langbroekerwetering staat nu vooral als te beschermen landschap in de aandacht. Veel boerenbedrijven worden opgekocht om het landschap een natuurlijke, oorspronkelijke bestemming terug te geven. Kenmerkend zijn daarbij de vele drassige bosjes met essen en eikenhakhout. In de plannen voor het Langbroekerwetering gebied speelt de recreatieve functie ervan een belangrijke rol. Zo wordt er her en der geopperd om het gebied in de toekomst beter toegankelijk te maken voor kanovaarders. Nu vraagt een kanotochtje in de voetsporen van de schippers van vroeger nog om flink wat doorzettingsvermogen. Men moet veelbukken bij de 59 soms erg lage bruggetjes en klunen bij de 5 stuwen die worden gepasseerd. Daar is met de komst van de kanovaarder nog geen. rekening gehouden. Wie dit tochtje met de kano doet moet voorbereid zijn op fikse klauterpartijen en een confrontatie met brandnetels en andere prikkende flora. Geraadpleegde bronnen: PRAKTISCHE INFORMATIE :Afstand: |
|||||
|